Achtergrondinformatie over ‘Digitale geletterdheid’

Het idee van ‘digital natives’, opgroeien met digitale middelen en er meteen de weg op weten, blijkt een hardnekkige mythe. Kinderen zijn weliswaar handiger met knoppen dan ouders, maar niet behendiger in het omspringen met de inhoud van internet en apps. Ook zeggen veel mensen van zichzelf dat ze goed kunnen ‘googelen’. In de praktijk blijkt dit niet houdbaar. Het doorbrengen van veel tijd op Google gaat niet gelijk op met succes bij het zoeken.

Begrip van processen in computers, een idee over het wezen van internet of over informatie produceren en delen, zijn eveneens klein. Vrijwel iedereen volgt wat de markt aanbiedt, in plaats van te kiezen wat handig is voor een zelf geformuleerd doel. Er is immers bijna niemand die je dat leert. Toch moet niet de computer of bepaalde software centraal staan bij wat in Amerika zo mooi ‘Computational Thinking’ (CT) wordt genoemd. Inzicht in digitale processen staat los van de kennis van een apparaat zelf. ‘Astronomen bestuderen niet de telescoop, maar de sterren’. Dit is een citaat van Prof J.K. Lenstra, prominent lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De term die het KNAW begin 2013 op initiatief van Prof. Erik Barendsen heeft gelanceerd is Digitale Geletterdheid. Het is een pleidooi voor een duidelijk curriculum rond CT in de onderbouw van het Voortgezet Onderwijs. _IMA_LOG_KNAW

‘Digitale Geletterdheid’ gaat over inhoud, over ‘computational thinking’ en wat mij betreft ook over ‘information literacy’, vrij vertaald: informatievaardigheden. Het middelbare schoolvak informatica valt er ook onder, maar dat is precies het gebied waar het KNAW zijn pijlen op heeft gericht. Informatica moet op de schop, want het is te wisselend van inhoud en bovendien een keuzevak. Dat moet zo snel mogelijk veranderen – om scholieren inhoudelijk kennis te laten maken met de computer. Niet over tien jaar, maar binnen tien maanden. OC&W is afwachtend. Onbegrijpelijk, zeker nu scholen steeds vaker methodes de deur uit doen en er grote investeringen door het onderwijs in apparatuur worden gedaan. Apparatuur die je niet leert gebruiken met een knoppencursus of door software diploma’s verplicht te stellen. Digitaal denken leer je met educatieve programma’s als Scratch of Robomind, waarin je speels leert bouwen met code. Of problemen leert oplossen, zoals dat alleen met een rekenapparaat als de computer kan.

In het overvolle programma van de basisschool, waar taal en rekenen de grootste prioriteit hebben, blijkt het lastig tijd vrij te maken voor informatievaardigheden of ‘digitale geletterdheid’ waar Slim Zoeken deel van uit maakt. Ook in het Voortgezet Onderwijs staat op weinig scholen Slim Zoeken op het programma. Dit boek plus de volgende delen richt zich daarom nadrukkelijk op school en thuis. Als basisoriëntatie op het zoeken, vinden en verwerken van informatie in brede zin.

Slim Zoeken op internet‘ doet een speelse, maar belangrijke, stap in de richting van slim omgaan met informatie in het digitale tijdperk.

 

Onderstaand citaat komt uit het voorwoord voor volwassenen bij ‘Slim Zoeken op internet’ door Erik Barendsen, universitair hoofddocent informatica en hoogleraar bètadidactiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

slimzoeken_cover

In onze steeds digitaler wordende wereld zijn computervaardigheden onontbeerlijk. Daarover is geen misverstand. Anders wordt het bij de vraag wat die vaardigheden precies zijn.

Om mee te doen in onze informatiemaatschappij is meer nodig dan het simpelweg kunnen bedienen van computerprogramma’s zoals een tekstverwerker, of een profiel hebben op Facebook. Echte digitale geletterdheid gaat verder dan deze ‘knoppenvaardigheid’. Jonge mensen zullen moeten leren hoe je de computer effectief inzet en hoe je digitale informatie verstandig gebruikt.

Daarvoor is kennis over digitale technologie (ict) nodig. Maar ook (minstens zo belangrijk) een manier van denken: situaties herkennen waarin je de computer nuttig kunt gebruiken, en zo’n situatie vertalen in termen van digitale informatieverwerking. Deze houding wordt computational thinking genoemd.

Daarnaast gaat het bij digitale geletterdheid om een kritische en verantwoordelijke omgang met de resultaten van ict.

In de Verenigde Staten zijn lesprogramma’s voor digitale geletterdheid gemaakt. Het gaat om doorlopende leerlijnen die vroeg starten: van spelenderwijs in het primair onderwijs tot serieus en uitdagend in de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs.

Ook in Nederland dringt het besef door dat we moeten investeren
in goede vorming op het gebied van digitale geletterdheid. De gezaghebbende Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) kwam in december 2012 met een stevig advies voor vernieuwing van het onderwijs rond ict. Weliswaar speciaal gericht op havo en vwo, maar met de kanttekening dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met de ontwikkeling van digitale geletterdheid.

(…)

Erik Barendsen, universitair hoofddocent informatica en hoogleraar bètadidactiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen

.
______________________________________________________________________________________

Print Friendly

Sprenger Media Educatie / Maarten Sprenger - Wordpressdesign
Bombax Theme designed by itx