Gebruik en kwaliteit van internet-informatie op school (6-15 jaar).

Op school wordt leerlingen regelmatig gevraagd iets even op internet op te zoeken. Maar naast de vaardigheden die een leerling nodig heeft om iets te zoeken en te beoordelen, is het maar de vraag of de gewenste informatie ook echt bestaat. De daadwerkelijke beschikbaarheid en bruikbaarheid van internet-informatie voor kinderen en jongeren in de leeftijd tot vijftien jaar is namelijk minder groot dan je zou denken. Veel internetpagina’s zijn bijvoorbeeld simpelweg te moeilijk om te lezen.

SLIM200Het onderzoek naar wat er eigenlijk op internet staat en hoe dat te vinden is, staat in geen verhouding tot het gemak waarmee zoekmachines in het onderwijs worden ingezet. Via dit project doen Pabo-studenten en leerkrachten zelf ervaring op met de benodigde informatievaardigheden. Vaardigheden die alle kinderen op school zouden moeten leren, maar waar nu vrijwel geen ruimte voor vrijgemaakt wordt.

Statements:

1. Onderzoek de kwaliteit van online-informatie voor kinderen (kwalitatief en kwantitatief), nu het internet een steeds belangrijkere bron van informatie op scholen wordt.

2. Leer leraren en studenten te onderzoeken en beoordelen wat kinderen wordt aangeboden. Welke online bronnen zijn echt geschikt voor kinderen, dat wil zeggen: leesbaar en betrouwbaar?

3. Geef kinderen concrete hulpmiddelen en richtlijnen wanneer je ze vraagt iets te ‘googelen’ op school.

4. Zorg voor sterke content voor kinderen op het web. Zoeken naar bruikbare informatie kan alleen succesvol zijn als er voldoende kwaliteit aanwezig is en toegevoegd wordt.

5. Continuïteit is nodig. Teveel informatie nuttige kinderinformatie verdwijnt gewoon van het web.
… Lees verder in: Children’s Information – Who Cares?

Natuurlijk kunnen scholen kiezen voor kwaliteit, door een beperking van het brongebruik. Er zijn prachtige kinderomgevingen met waardevolle informatie, zoals SchoolTV, Klokhuis en Jeugdjournaal. In de praktijk worden kinderen echter vaak zonder verdere toelichting op internet gestuurd om iets op te zoeken. Wat er dan kwalitatief gebeurt is onduidelijk. Google levert uiteenlopende bronnen aan, met een opvallende groei van vage informatievergaarbakken als infocash.nl of absolutefacts.nl waar regelrechte onzin geplaats kan worden tussen eventuele interessante artikelen. Ook vanuit ‘veilige’ omgevingen als Yurls, Kinderpleinen, Webkwesties en diverse kinderzoekmachines wordt heel gemakkelijk gelinkt naar voor kinderen ongeschikte bronnen. Bronnen die te moeilijk, te vaag of te rommelig zijn.

Het is onjuist te veronderstellen dat kinderen op de basisschool tegelijk geleerd kan worden informatie te leren zoeken èn deze op betrouwbaarheid te beoordelen. Op de basisschool komt een kind immers voor het eerst met veel onderwerpen in aanraking. Het is dus reëel om te verwachten dat de bronnen waarnaar kinderen worden verwezen correcte informatie bevat. Uiteraard kan een kind ook leren om informatie te beoordelen op kwaliteit. Maar dan in algemene en voorbereidende zin. Betrouwbaarheid onderbrengen in begrijpend lezen-onderwijs is een grote vergissing. Daarvoor is de check er op te complex.

Deelnemers maken een selectie van de beschikbare bronnen en onderzoeken deze sites. De uitkomsten van deze gastlessen of workshops zullen bij voorkeur openbaar beschikbaar gemaakt worden, inclusief criteria en discussie.

De onderzoeksvragen zullen zich, na afbakening van het veld en de definiëring van het onderwerp, richten op een kritische reflectie rond:

– wat is het informatie-aanbod op internet rond een bepaald onderwerp?

– wat zijn criteria voor de leesbaarheid?

– wat zijn criteria voor betrouwbare?

– welke conclusies kunnen we hier aan verbinden voor de opleiding en voor de praktijk?

Per groep studenten wordt een afgebakend gebied onderzocht.

Documentatie/Tools
Ik houd een database bij getiteld ‘Online zoeken en vinden voor 8-12 jaar’, met praktijkonderzoek n.a.v. de websites die ik gebruik voor zoekmachine/startpagina 8-12.info. (De uitgangspunten van 8-12.info zijn hier te vinden) Daarnaast heb ik een literatuurlijst samengesteld met achtergrondartikelen.
Het onderzoek vindt online plaats via de educatieve versie van de social bookmarking tool Diigo. Werken met Pinboard of een aparte Wiki Media omgeving is ook een mogelijkheid. Samenwerking en reflectie op elkaars teksten staan centraal.

Doelen voor de studenten:
– zelf leren verwoorden wat betrouwbare en leesbare informatie is (opstellen criteria)
– bronnen leren beoordelen op kwaliteit (ik heb hiervoor een model opgesteld)
– ontdekken wat voor kinderen belangrijk aan is aan bovenstaande punten
– leren omgaan met de social bookmarking tool als Diigo of Pinboard
– leren omgaan met tags en tagstructuren (Diigo/Pinboard)
– leren omgaan met zoektechnieken (‘Slim zoeken’)
– verbreding kritische reflectie

Achtergrond Maarten Sprenger
– Opleidingen: kunstacademie (ArteZ 1986) en leerkracht basisonderwijs (Ipabo 2003).
– Beroepspraktijk basisonderwijs: tussen 2002 en 2009 zijinstromer (alle groepen, diverse scholen in Amsterdam).
– Zelfstandig ondernemer sinds 2004, focus op informatievaardigheden en kunsteducatie.
– Beroepspraktijk kunst en HBO-kunstvakonderwijs: tien jaar docentschap (Rietveld Academie Amsterdam en St-Joost Breda). Tevens commissiewerk, redactie en productie kunstprojecten.
– Redactie en productie van zoekmachine/startpagina 8-12.info (600.000 bezoekers per jaar). 
– Auteur van de zoekgids ‘Slim Zoeken op internet voor thuis, op school en waar je ook bent: www.slimzoeken.nu
– Kinderinformatiespecialist en auteur bij WizeNoze

Voor meer informatie zie o.a. LinkedIn. En het uitgebreide artikel bij het Institute for Networkscultures: Children’s Information – Who Cares?

Print Friendly
Sprenger Media Educatie / Maarten Sprenger - Wordpressdesign
Bombax Theme designed by itx